Art. 41 vragen OD NZKG

Samen Lokaal staat voor een goede balans tussen economie (werkgelegenheid) en leefbaarheid (een fijne en gezonde leefomgeving). Voor deze balans maken wij ons continu hard. Afgelopen maandag (1 maart 2021) is Samen Lokaal naar het ‘nieuwe’ kantoor van de OD NZKG (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) gefietst om daar op bezoek te gaan, zie foto’s. De OD NZKG voert in opdracht en in mandaat van de provincie Noord-Holland de wettelijke taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het kantoor is gevestigd in de Moriaan. Een groot gebouw waar wij -wegens corona- geen stap binnen mochten zetten.

Bij ontvangst werd ons namelijk gemeld dat na de coronaperiode pas sprake is van de mogelijkheid voor bewoners om naar binnen te kunnen en vragen te stellen of in gesprek te gaan. Wij hopen dat dit snel wel mogelijk wordt gemaakt aangezien het ernaar uitziet dat de maatregelen omtrent het coronavirus nog enige tijd aanblijven en andere thema’s niet altijd maar naar achter kunnen worden verschoven.

Gelukkig hadden wij onze vragen op papier mee en konden wij deze overhandigen. Daarbij werd ons aangegeven dat de vragen worden doorgezet naar de afdeling communicatie van OD NZKG. Aangezien wij graag antwoord op onze vragen willen, hebben wij besloten de onderstaande vragen te stellen aan het college van B&W van de gemeente Beverwijk. Wanneer wij een reactie op de vragen hebben ontvangen zullen wij deze delen op onze website.

 
Artikel 41 vragen OD NZKG

Hierbij verzoeken wij u onderstaande vragen ex Artikel 41 Reglement van Orde over “Handhaving door OD NZKG bij Tata Steel” door te geleiden aan het college van burgemeester en wethouders. De Omgevingsdienst NZKG voert in opdracht en in mandaat van de Provincie Noord-Holland de wettelijke taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Uit het eindrapport van de Randstedelijke Rekenkamer is o.a. gebleken dat bij vergunningverlening wettelijke beslistermijnen zijn overschreden door de OD NZKG. Gemeenten dienen op te komen voor de belangen van haar inwoners. Naar aanleiding van bovenstaande komen wij tot de volgende vragen;

1. Weet het college waarom deze wettelijke beslistermijnen bij vergunningverlening zijn overschreden? Zo nee waarom niet?

2. Is het college het met ondergetekende eens dat hier sprake was van een gedoogsituatie? Zo nee waarom niet? Indien ja, was het college op de hoogte van deze gedoogsituatie? Tata Steel is een BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen) bedrijf. De OD NZKG voert samen met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Veiligheidsregio Kennemerland (brandweer in de praktijk) en Rijkswaterstaat gezamenlijke BRZO-inspecties uit. Gemeenten hebben als taak regisseur te zijn in het lokale gezondheid- en veiligheidsbeleid.

3. Weet het college op welke datum de laatste gezamenlijke BRZO-inspectie heeft plaatsgevonden?

4. Is het college op de hoogte hoe vaak per jaar BRZO-inspecties gehouden worden bij Tata Steel?

5. Heeft het college voor ons een overzicht van de gehouden BRZO-inspecties van de afgelopen vijf jaar? Een aantal voorschriften in de vergunning van Tata Steel voldeed niet aan de Best Beschikbare Technieken (BBT) en deze voorschriften zijn niet binnen de implementatietermijn van vier jaar geactualiseerd . Gemeenten dienen op te komen voor o.a. het bevorderen van de gezondheid en veiligheid van haar inwoners.

6. Wat vindt het college van het feit dat deze voorschriften niet binnen de implementatietermijn van vier jaar zijn geactualiseerd?

Uit de “beginselplicht tot handhaving” volgt dat bestuursorganen in beginsel handhavend moeten optreden als sprake is van een overtreding. In de casussen Schrotopslag(geluid) en Sinterkoelers was de OD NZKG niet eens overgegaan tot handhaving. De gemeente heeft direct invloed op de leefomgeving van haar inwoners.

7. Heeft het college enig idee waarom de OD NZKG niet is overgegaan tot handhaving in de casussen Schrotopslag en Sinterkoelers?

8. Is het college van mening dat hier sprake is geweest van een gedoogsituatie? Zo nee, waarom niet? Wanneer er sprake is van het gedogen van overtredingen mag dit slechts in uitzonderingsgevallen aanvaardbaar worden geacht. Dit moet zoveel mogelijk in omvang en/of tijdsduur worden beperkt en er moet concreet zicht op legalisatie zijn. Met betrekking tot de casussen Schrotopslag en Sinterkoelers was er geen concreet zicht op legalisatie. Gemeenten dienen te sturen op gezamenlijke gezondheids- en veiligheidsdoelen.

9. Is het college het met ondergetekende eens dat hier dan sprake is geweest van gedogen uit onwil? Zo nee waarom niet?

10. Is het college het eens met ondergetekende dat in bovenstaande situaties wel eens sprake kan zijn van falend toezicht? Zo nee waarom niet?

11. Is het college op de hoogte hoe de kennis is geborgd met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de OD NZKG? Zo nee waarom niet?

12. Indien blijkt dat de OD NZKG niet de benodigde kennis in huis heeft voor zijn VTH-taken, is het college dan bereid om hier over te spreken met de Gedeputeerde die het bevoegd gezag vertegenwoordigd? Zo nee, waarom niet?

13. Heeft de gemeente actief beleid gevoerd om haar inwoners te beschermen tegen bovenstaande? Indien ja, hoe hebben zij dit gedaan?

14. Hoe gaat het college voorkomen dat bovenstaande excessen bij de OD NZKG niet meer kunnen voorkomen?

Mendes Stengs

is raadslid voor Samen Lokaal. Meer informatie over hem?

Geef een reactie